GTL-TAXI
Nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met chauffeur

Ordonnantie betreffende taxidiensten van 9 juni 2022

Publicatie : 2022-07-07

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

9 JUNI 2022. - Ordonnantie betreffende taxidiensten

Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen, hetgeen volgt:

TITEL 1. - Algemene bepalingen

Grondwettelijke bevoegdheid

Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

Definities

Art. 2. In deze ordonnantie wordt verstaan onder:

1° taxidienst: onder voorbehoud van het tweede lid, elke personenvervoerdienst die aan de volgende eisen voldoet:

a) de rit wordt uitgevoerd met een motorvoertuig dat maximaal negen personen, de chauffeur inbegrepen, kan vervoeren;

b) het voertuig wordt bestuurd door een chauffeur;

c) de bestemming van de rit wordt bepaald door de gebruiker of de klant;

d) de prijs die voor de rit wordt betaald, is hoger dan de kostprijs van de rit;

e) het vertrekpunt van de rit bevindt zich op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

In afwijking van het eerste lid zijn de personenvervoerdiensten die onder de bevoegdheden bedoeld in artikel 138 van de Grondwet vallen, uitgesloten uit deze definitie;

2° ceremoniële taxidienst: een taxidienst die, op reservering, wordt verleend in het kader van een ceremonie te bepalen door de Regering;

3° rit: traject dat wordt afgelegd door een voertuig van een taxidienst tussen de plaats waar de gebruiker in dat voertuig stapt (vertrekpunt van de rit) en de plaats waar de gebruiker eruit stapt (aankomstpunt van de rit);

4° chauffeur: een natuurlijke persoon die een standplaats-, straat- of ceremoniële taxi bestuurt in het kader van het verlenen van een taxidienst;

5° gebruiker: de natuurlijke persoon die gebruikmaakt van de taxidienst;

6° klant: de natuurlijke of rechtspersoon die een overeenkomst sluit met de exploitant van de taxidienst;

7° prijs: de tegenprestatie in geld die de exploitant van een taxidienst ontvangt voor de taxidienst die hij verleent;

8° exploitant: de natuurlijke persoon die houder is van de exploitatievergunning, bedoeld in artikel 5, § 2, en, in voorkomend geval, de rechtspersoon bedoeld in artikel 5, § 3, gezamenlijk;

9° standplaatstaxi: voertuig van een taxidienst dat voldoet aan de door de Regering vastgestelde eisen inzake visuele identiteit ter uitvoering van artikel 29, § 1, 2°, met uitzondering van de ceremoniële taxi's;

10° straattaxi: voertuig van een taxidienst dat niet voldoet aan de door de Regering vastgestelde eisen inzake visuele identiteit ter uitvoering van artikel 29, § 1, 2°, met uitzondering van de ceremoniële taxi's;

11° ceremoniële taxi: voertuig van een ceremoniële taxidienst;

12° reserveringstussenpersoon: elke natuurlijke of rechtspersoon die, op welke wijze dan ook, tegen vergoeding tussenkomt in de terbeschikkingstelling op de markt van taxidiensten, de promotie van taxidiensten op de markt verzorgt of diensten aanbiedt die de exploitanten en de klanten en gebruikers in staat stellen met elkaar in contact te treden;

13° Administratie: de onderafdeling van de Gewestelijke Overheidsdienst van Brussel zoals gedefinieerd door de Regering;

14° ordonnantie van 1995: de ordonnantie van 27 april 1995 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;

15° wet van 1974: de wet van 27 december 1974 betreffende de taxidiensten;

16° Vlaams decreet van 2019: het Vlaams decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer;

17° Vlaams decreet van 2001: het Vlaams decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg;

18° Waals decreet van 2007: het Waals decreet van 18 oktober 2007 betreffende de taxidiensten en de diensten van verhuur van wagens met chauffeur;

19° Verkeersreglement: koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie over het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;

20° werkdag: elke dag, met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen.

Algemeen principe van voorafgaande vergunning

Art. 3. Om reden van de opdracht van algemeen belang die de taxidiensten vervullen, is het verboden:

1° behoudens het bepaalde in het volgende lid, een taxidienst te exploiteren zonder een exploitatievergunning die is afgegeven in overeenstemming met de bepalingen van deze ordonnantie.

Zolang de samenwerkingsovereenkomst inzake de taxidiensten die zich uitstrekken over meer dan één Gewest, zoals bedoeld in artikel 92bis, § 2, c), van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 niet in werking is getreden, is de in het vorige lid bedoelde eis niet van toepassing op de personen die beschikken over de vergunning bedoeld in artikel 6, § 1, van het Vlaams decreet van 2019 of de vergunning bedoeld in artikel 25 van het Vlaams decreet van 2001, of de vergunning bedoeld in artikel 3 van het Waals decreet van 2007, wanneer cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de rit is gereserveerd;

b) behalve voor wat de ceremoniële taxidiensten betreft, bevindt het voertuig waarmee de rit zal worden afgelegd, zich buiten het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op het ogenblik dat de exploitant ermee instemt de rit uit te voeren;

c) behalve voor wat de ceremoniële taxidiensten betreft, bevindt het aankomstpunt van de rit zich buiten het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

2° een voertuig te besturen in het kader van het verlenen van een taxidienst zonder een bekwaamheidsattest dat is afgegeven in overeenstemming met de bepalingen van deze ordonnantie. Deze voorwaarde is niet van toepassing in het kader van een rit die voldoet aan de voorwaarden zoals opgesomd in 1°, tweede lid, en die wordt uitgevoerd door of voor een exploitant van een taxidienst die beantwoordt aan de in 1°, tweede lid, bedoelde voorwaarde;

3° behoudens het bepaalde in artikel 19 voor de vervangwagens, een taxidienst te verlenen door middel van een voertuig dat niet is ingeschreven in overeenstemming met de bepalingen van deze ordonnantie. Deze voorwaarde is niet van toepassing in het kader van een rit die voldoet aan de voorwaarden zoals opgesomd in 1°, tweede lid, en die wordt uitgevoerd door of voor een exploitant van een taxidienst die beantwoordt aan de in 1°, tweede lid, bedoelde voorwaarde;

4° een bemiddelingsdienst voor reserveringen ter beschikking te stellen van de exploitanten, chauffeurs, klanten en/of gebruikers van taxidiensten zonder dat een erkenning is uitgereikt in overeenstemming met de bepalingen van deze ordonnantie;

5° in te stemmen met het uitvoeren van een rit die wordt aangeboden door een niet-erkende reserveringstussenpersoon.

Categorieën van taxi's en voertuigquota

Art. 4. § 1. De taxidiensten worden ingedeeld in drie categorieën die zich onderscheiden door de manier waarop het voertuig ter beschikking wordt gesteld van het publiek:

1° standplaatstaxi's;

2° straattaxi's;

3° ceremoniële taxi's.

§ 2. De Regering bepaalt, voor de standplaatstaxi's enerzijds, en voor de straattaxi's anderzijds, het maximale aantal identificatievignetten dat mag worden afgegeven, de reservevoertuigen niet inbegrepen.

§ 3. De Regering kan subcategorieën van taxidiensten definiëren die gemeenschappelijk zijn voor de in paragraaf 1 bedoelde categorieën of die eigen zijn aan één ervan, en die gespecialiseerd zijn op basis van het gebruikte voertuigtype, het type gebruikers of enig ander onderscheidend kenmerk.

§ 4. De Regering kan, voor elk van de door haar gedefinieerde subcategorieën van standplaatstaxi's en straattaxi's, het minimale en/of maximale aantal voertuigen waarvoor identificatievignetten mogen worden afgegeven, vaststellen. Ze neemt daarbij de krachtens paragraaf 2 van dit artikel vastgestelde maxima in acht.

§ 5. Enkel de standplaatstaxi's zijn taxi's in de zin van het Verkeersreglement.

TITEL 2. - Omkadering van de actoren en de instrumenten

HOOFDSTUK 1. - Aan de actoren en de instrumenten van de taxidiensten opgelegde formaliteiten

Afdeling 1. - Exploitatievergunning voor een taxidienst

Kenmerken van de exploitatievergunning

Art. 5. § 1. De Regering bepaalt:

1° de procedure voor de indiening en het onderzoek van de vergunningsaanvragen;

2° de vorm van de vergunning en de vermeldingen die erin moeten worden opgenomen.

§ 2. De vergunning wordt afgegeven door de Regering of haar gemachtigde en kan alleen aan een natuurlijke persoon worden verleend.

§ 3. De exploitatie van de in overeenstemming met § 2 toegestane taxidiensten kan worden verzorgd door een rechtspersoon op voorwaarde dat de houder van de exploitatievergunning de bestuurder is die verantwoordelijk is voor het dagelijks bestuur van die rechtspersoon.

De houder van de vergunning en de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon zijn samen verantwoordelijk voor de naleving van de in artikel 6 en in hoofdstuk 2 van titel 2 bedoelde voorwaarden.

§ 4. Per exploitant mag slechts één vergunning worden afgegeven, waarop het aantal aan hem toegekende identificatievignetten moet worden vermeld.

Voorwaarden voor de ontvankelijkheid van de exploitatievergunning

Art. 6. § 1. Opdat zijn vergunningsaanvraag ontvankelijk zou zijn, moet de aanvrager voldoen aan de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden inzake zedelijkheid en aan de door de Regering vastgelegde voorwaarden inzake vakbekwaamheid en solvabiliteit.

§ 2. De vergunningsaanvraag is onontvankelijk als de aanvrager in België of in het buitenland het voorwerp uitmaakt van een van de volgende in kracht van gewijsde gegane veroordelingen:

1° een veroordeling tot een criminele sanctie die dateert van minder dan tien jaar geleden, al dan niet met opschorting;

2° een veroordeling die dateert van minder dan vijf jaar geleden voor een inbreuk:
 a) op de bepalingen van boek 2, titel III, hoofdstukken I tot V, en titel IX, hoofdstukken I en II, van het Strafwetboek;

b) de bepalingen van boek IV, titel 1, hoofdstuk 1, of boek VI, titel 4, hoofdstukken 1 en 2, van het Wetboek van Economisch Recht;

c) op de wet van 22 mei 2014 ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte en tot aanpassing van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen teneinde de daad van discriminatie te bestraffen;

d) op de bepalingen van titel IV van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen;

e) op de bepalingen van titel IV van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;

f) op de bepalingen van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden.

Er wordt geen rekening gehouden met veroordelingen die zijn gewist of waarvoor de betrokkene eerherstel heeft verkregen.

Bij door een buitenlandse rechter uitgesproken veroordelingen wordt rekening gehouden met elke veroordeling die betrekking heeft op een feit dat naar Belgisch recht een van de in deze bepaling bedoelde strafbare feiten vormt.

De aanvrager verstrekt de Administratie, volgens de door de Regering vastgestelde procedures, een uittreksel uit het strafregister dat is afgegeven in overeenstemming met artikel 596, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en dat minder dan drie maanden oud is. Volgens diezelfde procedures moet de aanvrager die sinds minder dan vijf jaar in België is gevestigd, een door de bevoegde buitenlandse autoriteit afgegeven gelijkwaardig attest overleggen dat zijn goed zedelijk gedrag vóór zijn komst naar België aantoont, of, subsidiair, het bewijs dat hij de vluchtelingenstatus heeft.

§ 3. Wanneer de aanvrager van plan is de hoedanigheid van exploitant te delen met een rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 5, § 3, moeten de in paragraaf 2 van dit artikel bedoelde voorwaarden van zedelijkheid zijn vervuld door die rechtspersoon en door elke natuurlijke persoon die zetelt in het statutaire orgaan dat belast is met het dagelijks bestuur van die rechtspersoon, ongeacht of deze natuurlijke personen er zetelen in die hoedanigheid of in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van een andere rechtspersoon.

§ 4. Behalve wanneer de aanvraag voor een vergunning uitsluitend betrekking heeft op ceremoniële taxidiensten, moet de aanvrager of de in artikel 5, § 3, bedoelde rechtspersoon met wie hij van plan is de hoedanigheid van exploitant te delen, zich er binnen zes maanden na de datum van ontvangst van de vergunning toe verbinden:

1° te beschikken over het aantal aan een taxidienst toegewezen voertuigen dat overeenstemt met het aantal aan hem toegekende identificatievignetten.

Onder beschikking over een voertuig wordt verstaan ofwel het eigenaarschap over het voertuig, ofwel de beschikking erover krachtens een overeenkomst voor koop op afbetaling, financiële lease of huurkoop;

2° voor elk in 1° bedoeld voertuig:

a) wanneer de vergunning maar op één enkel identificatievignet betrekking heeft en de vergunninghouder ook de chauffeur van het in 1° bedoelde voertuig is: dat voertuig over het kalenderjaar gemiddeld minstens twintig uur per week ter beschikking van het publiek te stellen;

b) in de andere gevallen: voor elk in 1° bedoeld voertuig te beschikken over minstens één voltijds equivalent als chauffeur, gepresteerd;

ofwel door een of meer derden die zijn aangeworven in het kader van een arbeidsovereenkomst of van een overeenkomst voor zelfstandige samenwerking;

ofwel door de vergunninghouder zelf en door een of meer derden die zijn aangeworven in het kader van een arbeidsovereenkomst of van een overeenkomst voor zelfstandige samenwerking.

§ 5. De Regering of haar gemachtigde kan bepalen op welke wijze het bewijs kan worden geleverd dat aan de in de voorgaande paragrafen bedoelde voorwaarden is voldaan.

Wachtlijst en latere toekenning van de exploitatievergunningen

Art. 7. § 1. Wanneer het aantal identificatievignetten dat door de Regering is vastgesteld in overeenstemming met artikel 4, § 2, of, in voorkomend geval, in overeenstemming met artikel 4, § 4, bereikt is, wordt de aanvrager die een ontvankelijke vergunningsaanvraag heeft ingediend, ervan in kennis gesteld dat zijn aanvraag, behoudens uitdrukkelijke weigering van zijn kant binnen de door de Regering of haar gemachtigde vastgestelde termijn, wordt ingeschreven op een gepseudonimiseerde wachtlijst die op een door de Administratie beheerde website wordt gepubliceerd.

§ 2. De inschrijving op de wachtlijst verloopt chronologisch, volgens de dag en het uur van indiening van de documenten waarmee de ontvankelijkheid van de aanvraag kon worden vastgesteld.

§ 3. Per aanvrager kan er slechts één inschrijving zijn, die slechts betrekking kan hebben op de toekenning van maximaal twee identificatievignetten.

§ 4. Volgens de door de Regering vastgestelde procedures bevestigt de op de wachtlijst ingeschreven aanvrager jaarlijks zijn wens om deze inschrijving te handhaven door aan te tonen dat hij nog steeds aan de in artikel 6 bedoelde voorwaarden voldoet.

§ 5. Wanneer één (of meerdere) identificatievignet(ten) kan/kunnen worden toegekend, deelt de Administratie dit mee aan de persoon die bovenaan de wachtlijst staat en nodigt zij hem uit om haar binnen twintig werkdagen mee te delen of hij dit vignet of deze vignetten wenst te ontvangen, binnen de limieten van het aantal vignetten waarvan sprake is in zijn vergunningsaanvraag. Indien binnen deze termijn geen antwoord is verzonden of indien het antwoord negatief is:

1° wordt de aanvraag verwijderd van de wachtlijst;

2° neemt de Administratie contact op met de volgende aanvrager op de lijst, en zo verder tot alle toekenbare vignetten zijn toegekend.

§ 6. Dit artikel is niet van toepassing op vergunningsaanvragen die enkel op ceremoniële taxidiensten betrekking hebben.

Geldigheid en verlenging van de exploitatievergunning

Art. 8. § 1. De vergunning wordt afgegeven voor een periode van zeven jaar en kan worden verlengd.

§ 2. De exploitant moet gedurende de gehele geldigheidsduur van zijn vergunning voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 6, §§ 1 en 2, wat de Administratie op elk moment kan controleren, in overeenstemming met de door de Regering vastgestelde procedures.

§ 3. De Regering bepaalt de procedure voor de indiening en het onderzoek van de verlengingsaanvragen.

§ 4. De beslissing om de vergunning al dan niet te verlengen wordt genomen door de Regering of haar gemachtigde.

Weigering tot verlenging van de exploitatievergunning

Art. 9. De verlenging van de vergunning kan worden geweigerd in de volgende gevallen:

1° indien de exploitant zich niet heeft gehouden aan de bepalingen van deze ordonnantie, de ter uitvoering van deze ordonnantie uitgevaardigde besluiten of de voorwaarden van zijn exploitatievergunning;

2° indien de exploitant heeft nagelaten een verzekering af te sluiten voor alle of een deel van de in overeenstemming met artikel 16 ingeschreven voertuigen;

3° indien, wanneer de exploitatievergunning voor een standplaatstaxidienst of een straattaxidienst slechts één identificatievignet bevat, het voertuig niet ter beschikking is gesteld van het publiek in overeenstemming met artikel 26, § 1, gedurende de gehele periode die is gedekt door de vergunning waarvan om verlenging wordt verzocht, tenzij de exploitant naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke economische of sociale redenen kan doen gelden;

4° indien de exploitant zich tijdens de geldigheidsduur van zijn vergunning niet heeft gehouden aan de sociale, fiscale en boekhoudkundige wetgeving.

Principiële niet-overdraagbaarheid van de exploitatievergunning en uitzonderingen

Art. 10. § 1. Onder voorbehoud van de in paragraaf 2 genoemde uitzondering is de exploitatievergunning persoonlijk en niet overdraagbaar.

Ze kan niet worden verhuurd, onder welke vorm dan ook.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, is, in een van de gevallen en in overeenstemming met de voorwaarden opgesomd in de volgende paragrafen, en na voorafgaande toestemming door de Regering of haar gemachtigde, de exploitant die houder is van een exploitatievergunning van een taxidienst die oorspronkelijk werd afgeleverd ter uitvoering van de ordonnantie van 1995 of van de wet van 1974 gemachtigd deze vergunning geheel of gedeeltelijk over te dragen tot maximaal het aantal identificatievignetten dat er op de dag vóór de inwerkingtreding van deze ordonnantie aan was verbonden.

Wanneer de cessionaris reeds houder is van een exploitatievergunning, wordt de meest recente vergunning geabsorbeerd door de oudste vergunning, waarbij de geldigheidsduur van die laatste als enige van toepassing blijft. Vervolgens blijft het voordeel van de in het eerste lid bedoelde uitzondering voorbehouden aan de in datzelfde lid bedoelde identificatievignetten.

§ 3. Een exploitatievergunning zoals bedoeld in paragraaf 2 kan zonder voorwaarden worden overgedragen wanneer de cessionaris de echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner of een bloed- of aanverwant tot in de tweede graad van de houder van de vergunning is, in geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van die houder.

§ 4. De houder van een in paragraaf 2 bedoelde vergunning die hij gedurende minstens tien kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van de aanvraag tot overdracht zonder onderbreking heeft geëxploiteerd, mag zijn vergunning aan één of meer cessionarissen overdragen, onder de volgende voorwaarden:

1° de cedent moet gedurende minstens tien kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van zijn aanvraag tot overdracht:

a) aan al zijn verplichtingen uit hoofde van deze ordonnantie, haar uitvoeringsbesluiten en zijn exploitatievergunning hebben voldaan;

b) houder zijn geweest van de identificatievignetten die bij de overdracht horen;

2° de cessionaris moet:

a) ofwel reeds houder zijn van een exploitatievergunning;

b) ofwel beantwoorden aan de voorwaarden voor afgifte van de exploitatievergunning zoals bedoeld in artikel 6, § 1;

3° de handeling van de overdracht moet een gunstig advies hebben gekregen van de in artikel 37 bedoelde overdrachtscommissie.

Het eerste lid, 1°, is niet van toepassing wanneer de aanvraag tot overdracht plaatsvindt binnen het kader van:

1° een maatregel van gerechtelijke reorganisatie uitgesproken door een rechtbank;

2° een faillissementsprocedure.

§ 5. Meerdere rechtspersonen die elk houder zijn van een in § 2 bedoelde exploitatievergunning, kunnen, in het kader van een overname of een fusie, hun vergunning overdragen aan de overnemende rechtspersoon of aan de rechtspersoon die tot stand komt door de fusie. In dit geval is de geldigheidsduur van de vergunning:

1° bij een overname dezelfde als die van de eerder aan de overnemende rechtspersoon afgegeven exploitatievergunning;

2° bij een fusie de duur van de exploitatievergunning die van alle eerder aan elk van de gefuseerde rechtspersonen afgegeven exploitatievergunningen de kortste geldigheidsduur heeft.

§ 6. De Regering bepaalt de procedure voor de indiening en het onderzoek van de aanvragen in de paragrafen 2 tot 5 bedoelde aanvragen voor een vergunningsoverdracht, die minstens vermelden:

1° de contactgegevens van de cedent;

2° de contactgegevens van de cessionaris(sen);

3° het aantal identificatievignetten van door de cedent geëxploiteerde taxivoertuigen waarop de overdracht betrekking heeft, hun identificatienummers en, indien er meer dan één cessionaris is, de verdeling van de betrokken voertuigen onder hen;

4° of de transactie kosteloos of onder bezwarende titel is en, in het laatste geval, de prijs van de transactie;

5° wanneer de aanvraag plaatsvindt in het kader van een door een rechtbank uitgesproken maatregel inzake gerechtelijke reorganisatie, een afschrift van het vonnis dat de gerechtelijke reorganisatie toekent, alsmede van het uittreksel van dit vonnis dat is bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.
 Nietigheid van de exploitatievergunning

Art. 11. § 1. Vanaf de dag van ontvangst van de exploitatievergunning beschikt de houder ervan over een termijn van zes maanden om het voertuig waarvoor (of minstens één van de voertuigen waarvoor) de vergunning is afgegeven, te registreren, ter uitvoering van artikel 17.

Indien de in het eerste lid bedoelde termijn wordt overschreden, vervalt de exploitatievergunning van rechtswege, behalve in een geval van overmacht dat vóór het verstrijken van de termijn door de Administratie is erkend.

§ 2. In geval van vrijwillige stopzetting van de activiteit of van een door de rechtbank uitgesproken faillissement, vervalt de exploitatievergunning wanneer een van de volgende gevallen zich voordoet:

1° er is geen aanvraag voor een vergunningsoverdracht zoals bedoeld in artikel 10, § 2, ingediend binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van de vrijwillige stopzetting van de activiteit of van het vonnis van faillietverklaring. De nietigheid gaat in op de dag na het verstrijken van deze termijn van zes maanden;

2° de aanvraag voor een vergunningsoverdracht zoals bedoeld in artikel 10, § 2, is het voorwerp van een weigeringsbeslissing. De nietigheid gaat in op de dag na de ontvangst van de weigeringsbeslissing door de aanvrager.

§ 3. Tijdens het onderzoek van een aanvraag voor een vergunningsoverdracht zoals bedoeld in artikel 10, § 2, die is ingediend in verband met een vrijwillige stopzetting van de activiteit of een door de rechtbank uitgesproken faillissement, wordt de betrokken exploitatievergunning van rechtswege geschorst tot de beslissing van de Regering of haar gemachtigde.

§ 4. De Regering stelt de regels vast voor de teruggave aan de Administratie van de aan het Gewest toebehorende documenten en materialen die verbonden zijn aan een nietig geworden vergunning.

§ 5. Dit artikel is niet van toepassing op vergunningsaanvragen die enkel op ceremoniële taxidiensten betrekking hebben.

Schorsing en intrekking van de exploitatievergunning

Art. 12. § 1. De Regering of haar gemachtigde kan de exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk schorsen voor bepaalde duur of intrekken in geval van een inbreuk op de bepalingen van de ordonnantie, haar uitvoeringsbesluiten of de voorwaarden van de vergunning in kwestie, of als de exploitant geen enkel gevolg geeft aan een oproeping of een verzoek om inlichtingen van de Administratie, ondanks een herinnering die is toegezonden met behulp van een communicatiemiddel dat de precieze datering van de ontvangst van de zending mogelijk maakt, alsmede in geval van volledige stillegging van de exploitatie gedurende een periode van één jaar.

§ 2. De Regering bepaalt de procedure voor de schorsing en de intrekking van de exploitatievergunning.

Afdeling 2. - Het bekwaamheidsattest van taxichauffeur

Kenmerken van het bekwaamheidsattest

Art. 13. § 1. De Regering bepaalt:

1° de procedure voor de indiening en het onderzoek van de attestaanvragen;

2° de vorm van het attest en de vermeldingen die erin moeten worden opgenomen.

§ 2. Het attest wordt afgegeven door de Regering of haar gemachtigde.

Voorwaarden voor de afgifte van het bekwaamheidsattest

Art. 14. § 1. De Regering bepaalt de voorwaarden inzake vakbekwaamheid waaraan de chauffeurs moeten voldoen om hun bekwaamheidsattest te verkrijgen, alsook de procedure voor de periodieke bijscholing die de chauffeurs moeten volgen om dit attest te behouden.

§ 2. De voorwaarden van zedelijkheid waaraan de chauffeurs moeten voldoen om hun bekwaamheidsattest te verkrijgen, bestaan erin vast te stellen dat zij in België of in het buitenland niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een van de volgende in kracht van gewijsde gegane veroordelingen, al dan niet met opschorting:

1° een veroordeling tot een criminele sanctie die dateert van minder dan tien jaar geleden;

2° een veroordeling tot een correctionele hoofdgevangenisstraf:

a) van meer dan zes maanden in de afgelopen tien jaar;

b) van drie tot zes maanden in de afgelopen vijf jaar;

3° correctionele of politieveroordelingen van minder dan drie jaar oud die samengeteld meer dan drie maanden gevangenisstraf bedragen;

4° meer dan vijf veroordelingen voor verkeersovertredingen van de tweede graad in de afgelopen drie jaar;

5° meer dan één veroordeling voor rijden in staat van alcoholintoxicatie, onder invloed van alcohol, in staat van dronkenschap of onder invloed van andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden, in de afgelopen drie jaar;

6° meer dan drie veroordelingen voor andere dan eerstegraads verkeersovertredingen die niet onder 4° en 5° vallen in de afgelopen drie jaar;

7° een veroordeling die dateert van minder dan vijf jaar geleden voor een inbreuk:

a) op de wet van 22 mei 2014 ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte en tot aanpassing van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen teneinde de daad van discriminatie te bestraffen;

b) op de bepalingen van titel IV van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen;

c) op de bepalingen van titel IV van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;

d) op de bepalingen van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden.

Er wordt geen rekening gehouden met veroordelingen die zijn gewist of waarvoor de betrokkene eerherstel heeft verkregen.

Bij door een buitenlandse rechter uitgesproken veroordelingen wordt rekening gehouden met elke veroordeling die betrekking heeft op een feit dat naar Belgisch recht een van de in deze bepaling bedoelde strafbare feiten vormt.

De aanvrager verstrekt de Administratie, volgens de door de Regering vastgestelde procedures, een uittreksel uit het strafregister dat is afgegeven in overeenstemming met artikel 596, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en dat minder dan drie maanden oud is. Volgens diezelfde procedures moet de aanvrager die sinds minder dan vijf jaar in België is gevestigd, een door de bevoegde buitenlandse autoriteit afgegeven gelijkwaardig attest overleggen dat zijn goed zedelijk gedrag vóór zijn komst naar België aantoont, of, subsidiair, het bewijs dat hij de vluchtelingenstatus heeft.

§ 3. De Regering of haar gemachtigde kan bepalen op welke wijze het bewijs kan worden geleverd dat aan de in de voorgaande paragrafen bedoelde voorwaarden is voldaan.

Geldigheid van het bekwaamheidsattest

Art. 15. § 1. Het bekwaamheidsattest wordt voor onbepaalde duur afgegeven.

§ 2. De chauffeur moet onafgebroken voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 14, wat de Administratie op elk moment kan controleren, in overeenstemming met de door de Regering vastgestelde procedures.

Schorsing en intrekking van het bekwaamheidsattest

Art. 16. § 1. De Regering of haar gemachtigde kan het bekwaamheidsattest geheel of gedeeltelijk schorsen voor bepaalde duur of intrekken in geval van een inbreuk op de bepalingen van de ordonnantie, haar uitvoeringsbesluiten of de voorwaarden van het attest in kwestie.

§ 2. De Regering bepaalt de procedure voor de schorsing en de intrekking van het bekwaamheidsattest. In dit verband legt ze op dat de bij artikel 41 opgerichte Tuchtraad wordt geraadpleegd.

§ 3. De Regering stelt de procedures vast voor de tijdelijke of definitieve teruggave van het bekwaamheidsattest aan de Administratie in geval van schorsing of intrekking ervan.

Afdeling 3. - Inschrijving van de taxivoertuigen

Kenmerken van het identificatievignet

Art. 17. § 1. De Regering bepaalt:

1° de procedure voor de inschrijving van de taxivoertuigen en de reservevoertuigen zoals bedoeld in artikel 18, die moeten voldoen aan de voorwaarden van artikel 29 en waarop de exploitant de hem toegekende identificatievignetten aanbrengt;

2° de vorm van het vignet, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat het vignet voor een reservevoertuig verschillend is.

§ 2. De volgende gegevens worden op het vignet vermeld:

1° de naam van de exploitant;

2° het ondernemingsnummer van de exploitant;

3° de vervaldatum van de geldigheid van de exploitatievergunning waaraan het vignet is gekoppeld;

4° de kentekenplaat van het voertuig waaraan het vignet is toegekend.

§ 3. Het vignet wordt afgegeven door de Regering of haar gemachtigde.

Reservevoertuig

Art. 18. § 1. De houder van een exploitatievergunning voor een taxidienst mag een taxidienst verlenen met een reservevoertuig dat vooraf is ingeschreven in overeenstemming met artikel 17, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
 1° het reservevoertuig mag alleen worden gebruikt ter vervanging van een in de exploitatievergunning ingeschreven voertuig dat tijdelijk niet beschikbaar is ten gevolge van een ongeval, een ernstig mechanisch defect, brand of diefstal, en alleen voor de duur van deze onbeschikbaarheid;

2° de exploitant mag het reservevoertuig pas gebruiken nadat hij de Administratie daarvan in kennis heeft gesteld door middel van een kennisgeving die het mogelijk maakt een precieze datum van ontvangst van deze kennisgeving door de Administratie vast te stellen, met vermelding van de oorzaak van de onbeschikbaarheid van het in de exploitatievergunning ingeschreven voertuig, de vermoedelijke duur van deze onbeschikbaarheid en, indien bekend, de plaats waar het onbeschikbare voertuig tijdens de periode van onbeschikbaarheid zal worden geparkeerd.

§ 2. In de exploitatievergunning wordt, in voorkomend geval, het aantal door de vergunninghouder ingeschreven reservevoertuigen vermeld.

Voor exploitatievergunningen waarbij in totaal meer dan tien voertuigen zijn ingeschreven voor het verlenen van taxidiensten, is het aantal reservevoertuigen dat kan worden ingeschreven, beperkt tot 20 % van dat totaal.

Vervangingsvoertuig

Art. 19. § 1. Onder voorbehoud van volgende paragraaf kan de houder van een exploitatievergunning voor een taxidienst die niet of niet langer over een reservevoertuig beschikt, gedurende ten hoogste drie maanden taxidiensten verlenen met een voertuig zonder inschrijvingsvignet, met inachtneming van de voorwaarden bedoeld in artikel 18, § 1.

§ 2. De houder van de exploitatievergunning mag een vervangvoertuig pas gebruiken nadat hij de Administratie in kennis heeft gesteld van:

1° het nummer van het inschrijvingsvignet van het onbeschikbare voertuig;

2° de reden van onbeschikbaarheid van het ingeschreven voertuig;

3° de vermoedelijke duur van deze onbeschikbaarheid;

4° de plaats waar het onbeschikbare voertuig zich bevindt tijdens de periode van onbeschikbaarheid, wanneer deze plaats bekend is;

5° identificatie-elementen van het vervangvoertuig zoals vastgesteld door de Regering.

§ 3. Om als vervangvoertuig te kunnen worden gebruikt, moet een voertuig de volgende kenmerken vertonen:

1° voldoen aan de technische eisen en de eisen inzake veiligheid, comfort en visuele identiteit die de Regering heeft vastgelegd;

2° voorzien zijn van het door de Regering vastgestelde kenmerkend teken waarmee het als vervangvoertuig kan worden geïdentificeerd en dat de Administratie aan de houder van de exploitatievergunning bezorgt nadat zij zich ervan heeft vergewist dat aan de voorwaarden voor het gebruik van het vervangvoertuig is voldaan § 4.

De houder van de exploitatievergunning mag per ingeschreven voertuig niet meer dan één vervangvoertuig tegelijk aangeven.

§ 5. Na afloop van het gebruik van het vervangvoertuig moet de houder van de exploitatievergunning het kenmerkend teken zoals bedoeld in paragraaf 3, 2°, onverwijld aan de Administratie terugbezorgen.

Nietigheid en intrekking van de identificatievignetten

Art. 20. § 1. Indien, ter uitvoering van artikel 17, de exploitant binnen zes maanden na ontvangst van het vignet geen voertuig heeft ingeschreven dat aan dit vignet is gekoppeld, vervalt het vignet automatisch.

§ 2. In de volgende gevallen kan de Regering of haar gemachtigde een identificatievignet intrekken om het aan een andere exploitant toe te kennen:

1° indien het aan het vignet gekoppelde voertuig niet ter beschikking van het publiek is gesteld in overeenstemming met artikel 26, § 1, tenzij de exploitant naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke economische of sociale redenen kan doen gelden;

2° wanneer de exploitant, nadat het aan het vignet gekoppelde voertuig schade heeft opgelopen, dit voertuig of een ander voertuig dat het voertuig definitief vervangt, niet binnen zes maanden na de datum van de schade opnieuw in het verkeer brengt, of geen reservevoertuig inschrijft in overeenstemming met artikel 18, of het gebruik van een vervangingsvoertuig niet aangeeft in overeenstemming met artikel 19.

§ 3. De Regering bepaalt de procedure voor de intrekking van de identificatievignetten.

Afdeling 4. - Erkenning van de reserveringstussenpersonen voor taxidiensten
 Kenmerken van de erkenning

Art. 21. § 1. De Regering bepaalt:

1° de procedure voor de indiening en het onderzoek van de aanvragen tot erkenning van een reserveringstussenpersoon;

2° de vorm van de erkenning en de vermeldingen die erin moeten worden opgenomen.

§ 2. De erkenning wordt afgegeven door de Regering of haar gemachtigde.

§ 3. De erkenning is persoonlijk en niet overdraagbaar.

Ze kan niet worden verhuurd, onder welke vorm dan ook.

Voorwaarden voor de afgifte van de erkenning

Art. 22. § 1. De Regering stelt de voorwaarden vast inzake de beroepsbekwaamheid en solvabiliteit waaraan de reserveringstussenpersonen moeten voldoen om de in artikel 21 bedoelde erkenning te verkrijgen.

§ 2. De voorwaarden van zedelijkheid waaraan de reserveringstussenpersonen moeten voldoen om hun erkenning te verkrijgen, bestaan erin vast te stellen dat zij in België of in het buitenland niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een van de volgende in kracht van gewijsde gegane veroordelingen, al dan niet met opschorting:

1° een veroordeling tot een criminele straf die dateert van minder dan tien jaar geleden;

2° een veroordeling die dateert van minder dan vijf jaar geleden voor een inbreuk:
 a) op de bepalingen van boek 2, titel III, hoofdstukken I tot V, en titel IX, hoofdstukken I en II, van het Strafwetboek;

b) de bepalingen van boek IV, titel 1, hoofdstuk 1, of boek VI, titel 4, hoofdstukken 1 en 2, van het Wetboek van Economisch Recht;

3° een sanctie opgelegd ter uitvoering van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en van de verordening 2016/679 van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.

Er wordt geen rekening gehouden met veroordelingen die zijn gewist of waarvoor de betrokkene eerherstel heeft verkregen.

Bij door een buitenlandse rechter uitgesproken veroordelingen wordt rekening gehouden met elke veroordeling die betrekking heeft op een feit dat naar Belgisch recht een van de in deze bepaling bedoelde strafbare feiten vormt.

De aanvrager verstrekt de Administratie, volgens de door de Regering vastgestelde procedures, een uittreksel uit het strafregister dat is afgegeven in overeenstemming met artikel 596, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en dat minder dan drie maanden oud is. Volgens diezelfde procedures moet de aanvrager die sinds minder dan vijf jaar in België is gevestigd, een door de bevoegde buitenlandse autoriteit afgegeven gelijkwaardig attest overleggen dat zijn goed zedelijk gedrag vóór zijn komst naar België aantoont, of, subsidiair, het bewijs dat hij de vluchtelingenstatus heeft.

§ 3. Wanneer de aanvrager van de erkenning een rechtspersoon is, moeten de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden van zedelijkheid zijn vervuld door die rechtspersoon en door elke natuurlijke persoon die zetelt in het statutaire orgaan dat belast is met het dagelijks bestuur van die rechtspersoon, ongeacht of deze natuurlijke personen er zetelen in die hoedanigheid of in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van een andere rechtspersoon.

§ 4. De aanvrager van de erkenning moet ofwel een vestigingseenheid in België hebben, of, indien bij de indiening van de erkenningsaanvraag niet aan deze voorwaarde is voldaan, zich ertoe verbinden uiterlijk op de dag vóór de eerste dag waarop zijn reserveringsplatform voor het publiek toegankelijk wordt gemaakt, aan deze voorwaarde te voldoen.

§ 5. De Regering of haar gemachtigde kan bepalen op welke wijze het bewijs kan worden geleverd dat aan de in de voorgaande paragrafen bedoelde voorwaarden is voldaan.

§ 6. Wanneer de erkenningsaanvraag wordt ingediend door een rechtspersoon:
 1° moeten de in paragraaf 1 bedoelde solvabiliteitsvoorwaarden door de rechtspersoon zijn vervuld;

2° moeten de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden betreffende de beroepsbekwaamheid door minstens één zaakvoerder of één bestuurder die belast is met het dagelijks bestuur, zijn vervuld;

3° moeten de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden van zedelijkheid zijn vervuld door elke natuurlijke persoon die zetelt in het statutaire orgaan dat belast is met het dagelijks bestuur van de rechtspersoon, ongeacht of deze natuurlijke personen er zetelen in die hoedanigheid of in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van een andere rechtspersoon.

Geldigheid en verlenging van de erkenning

Art. 23. § 1. De erkenning wordt afgegeven voor een periode van zeven jaar en kan worden verlengd.

§ 2. De reserveringstussenpersoon moet gedurende de gehele geldigheidsduur van zijn erkenning voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 22, wat de Administratie op elk moment kan controleren, in overeenstemming met de door de Regering vastgestelde procedures.

§ 3. De Regering bepaalt de procedure voor de indiening en het onderzoek van de verlengingsaanvragen.

§ 4. De beslissing om de erkenning al dan niet te verlengen wordt genomen door de Regering of haar gemachtigde.

Weigering tot verlenging van de erkenning

Art. 24. De verlenging van de erkenning kan worden geweigerd in de volgende gevallen:

1° indien de reserveringstussenpersoon zich niet heeft gehouden aan de bepalingen van deze ordonnantie, de ter uitvoering van deze ordonnantie uitgevaardigde besluiten of de voorwaarden van zijn erkenning;

2° indien de reserveringstussenpersoon zich tijdens de geldigheidsduur van zijn erkenning niet heeft gehouden aan de sociale, fiscale en boekhoudkundige wetgeving.

Schorsing en intrekking van de erkenning

Art. 25. § 1. De Regering of haar gemachtigde kan de erkenning schorsen voor bepaalde duur of intrekken in geval van een inbreuk op de bepalingen van de ordonnantie, haar uitvoeringsbesluiten of de voorwaarden van de erkenning in kwestie, of als de reserveringstussenpersoon geen enkel gevolg geeft aan een oproeping of een verzoek om inlichtingen van de Administratie, ondanks een herinnering die is toegezonden met behulp van een communicatiemiddel dat de precieze datering van de ontvangst van de zending mogelijk maakt, alsmede in geval van volledige stillegging van het platform gedurende een periode van één jaar.

§ 2. De Regering bepaalt de procedure voor de schorsing en de intrekking van de erkenning.

HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden voor het verlenen van de taxidiensten

Aan de exploitanten van standplaatstaxidiensten of straattaxidiensten opgelegde eisen

Art. 26. § 1. De exploitanten moeten elke standplaatstaxi en elke straattaxi die ze in overeenstemming met artikel 17 hebben ingeschreven, met uitzondering van de reservevoertuigen, ter beschikking stellen van het publiek overeenkomstig de voorschriften van artikel 6, § 4, 2°.

De naleving van deze voorwaarde wordt per volledig kalenderjaar gecontroleerd.

De Regering of haar gemachtigde kan bepalen op welke wijze het bewijs van de naleving van deze voorwaarde kan worden geleverd.

§ 2. De exploitant moet de volgende gegevens doorsturen naar een door de Administratie aangeduide server:

1° de gegevens zoals bedoeld in artikel 43, § 1, 8°, betreffende de chauffeurs die voor de exploitant werken;

2° de gegevens zoals bedoeld in artikel 43, § 1, 10° tot 11, betreffende de uitgevoerde ritten, de gereserveerde ritten;

3° voor elk overeenkomstig artikel 17 ingeschreven voertuig, de gegevens bedoeld in artikel 43, § 1, 12, a) en b), betreffende de periodes van terbeschikkingstelling aan het publiek;

4° de gegevens bedoeld in artikel 43, § 1, 13°, betreffende de voertuigen die ter beschikking van het publiek worden gesteld;

5° de algemene gebruiksvoorwaarden die van toepassing zijn op de klanten en gebruikers.

De Regering of haar gemachtigde bepaalt de wijze waarop deze gegevens moeten worden meegedeeld.

§ 3. Het is de exploitant niet toegestaan om:

1° een voertuig dat is ingeschreven in overeenstemming met artikel 16, te verhuren;

2° een chauffeur aan het werk te zetten:

a) die niet beschikt over het in artikel 13 bedoelde bekwaamheidsattest;

b) zonder hem te hebben aangeworven in het kader van een arbeidsovereenkomst of van een overeenkomst voor zelfstandige samenwerking;

3° een taxidienst te verlenen met een voertuig dat niet voldoet aan de vereisten van deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Aan de exploitanten van ceremoniële taxidiensten opgelegde eisen

Art. 27. De Regering kan de voorwaarden voor de exploitatie van de ceremoniële taxidiensten vaststellen als aanvulling op de volgende basisvoorwaarden:

1° de huur van de dienst moet blijken uit de voorafgaande sluiting van een schriftelijke overeenkomst, waarvan het te gebruiken model door de Regering verplicht kan worden gesteld;

2° de duur van de huur moet worden vastgesteld in een overeenkomst zoals bedoeld in 1° en mag niet korter zijn dan drie opeenvolgende uren;

3° de exploitant moet de volgende gegevens doorsturen naar een door de Administratie aangeduide server:

a) de gegevens zoals bedoeld in artikel 43, § 1, 8°, betreffende de chauffeurs die voor de exploitant werken;

b) de gegevens zoals bedoeld in artikel 43, § 1, 10° en 11, betreffende de gereserveerde ritten en de uitgevoerde ritten;

c) kopie van de in punt 1° van dit artikel bedoelde overeenkomsten;

d) de algemene gebruiksvoorwaarden die van toepassing zijn op de klanten en gebruikers.

Aan de chauffeurs opgelegde eisen

Art. 28. § 1. De Regering bepaalt de aan de chauffeurs opgelegde verplichtingen als aanvulling op de volgende basisvoorwaarden.

§ 2. Elke chauffeur moet:

1° te allen tijde tijdens zijn dienst zijn bekwaamheidsattest en zijn rijbewijs kunnen voorleggen;

2° zich in alle omstandigheden onberispelijk gedragen tegenover gebruikers, andere taxichauffeurs, alle weggebruikers, vertegenwoordigers van de Administratie en, in het algemeen, alle derden.

Aan de voertuigen opgelegde eisen

Art. 29. § 1. De Regering stelt de vereisten vast met betrekking tot de inrichting, de uitrusting, de toegankelijkheid, de motorisatie, het privégebruik van de voertuigen, de technische voorwaarden, de voorwaarden inzake veiligheid, comfort, de milieuvriendelijkheid en visuele identiteit waaraan een voertuig moet voldoen om als taxi of als reservevoertuig te worden geregistreerd, en dit als aanvulling op de volgende basisvoorwaarden:

1° voor alle voertuigen: niet meer dan zeven jaar oud zijn, te rekenen vanaf de eerste ingebruikname, zoals vermeld op het inschrijvingsbewijs, met uitzondering, in voorkomend geval, van voertuigen die zijn ingedeeld in een door de Regering overeenkomstig artikel 4, § 3, omschreven subcategorie van taxidiensten en waarvoor de Regering een specifieke leeftijdsgrens kan vaststellen;

2° voor voertuigen die zijn toegewezen aan een standplaatstaxidienst: zich conformeren aan de visuele identiteit waarvan de kenmerken door de Regering zijn vastgesteld om een onmiddellijke herkenning van deze voertuigen in het verkeer mogelijk te maken;

3° voor voertuigen die zijn toegewezen aan een straattaxidienst of een ceremoniële taxidienst: geen aanleiding geven tot visuele verwarring met de visuele identiteit die is opgelegd aan voertuigen die zijn toegewezen aan een standplaatstaxidienst.

§ 2. Het voertuig moet onafgebroken voldoen aan de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, wat de Administratie op elk moment kan controleren, in overeenstemming met de door de Regering vastgestelde regels.

Aan de reserveringstussenpersonen opgelegde eisen

Art. 30. Elke reserveringstussenpersoon moet aan het volgende voldoen:

1° de registratie voor het verlenen van taxidiensten enkel toestaan voor:

a) exploitanten die beschikken over de in artikel 5 bedoelde exploitatievergunning;

b) chauffeurs die beschikken over het in artikel 13 bedoelde bekwaamheidsattest;

2° elektronisch en/of telefonisch bereikbaar zijn voor het publiek;

3° elektronisch, per radio en/of per telefoon communiceren met de erop geregistreerde chauffeurs;

4° naar een door de Administratie aangeduide server het volgende doorsturen:
 a) de gegevens zoals bedoeld in artikel 43, § 1, 7°, betreffende de exploitanten die een beroep doen op de diensten van de reserveringstussenpersoon;

b) de gegevens zoals bedoeld in artikel 43, § 1, 8°, betreffende de chauffeurs die een beroep doen op de diensten van de reserveringstussenpersoon;

c) de gegevens zoals bedoeld in artikel 43, § 1, 10° en 11, betreffende de ritten die zijn gereserveerd en die zijn uitgevoerd via de diensten van de reserveringstussenpersoon;

d) voor elk overeenkomstig artikel 17 Ingeschreven. voertuig, de gegevens bedoeld in artikel 43, § 1, 12°, betreffende de terbeschikkingstelling aan het publiek via de diensten van de reserveringstussenpersoon;

e) alle kosten die aan de aangeslotenen van de reserveringstussenpersoon worden aangerekend;

f) de algemene voorwaarden voor aansluiting bij de reserveringstussenpersoon die van toepassing zijn op de exploitanten van taxidiensten, die conform de in artikel 31 bedoelde tarieven moeten zijn en die de exploitanten niet mogen verbieden zich ook aan te sluiten bij andere reserveringstussenpersonen van hun keuze, noch extra kosten mogen opleggen aan exploitanten die zich aansluiten bij meerdere reserveringstussenpersonen;

g) de algemene gebruiksvoorwaarden van de diensten van de reserveringstussenpersoon die van toepassing zijn op de klanten en gebruikers.
 Tarieven

Art. 31. § 1. De Regering bepaalt:

1° Voor de standplaatstaxi- en straattaxidiensten:

a) voor al deze diensten, met of zonder reservering:

- het vaste tarief voor het ten laste nemen van de gebruiker;

- het minimumtarief voor een rit;

b) voor de bovengenoemde diensten die op reservering worden verleend: het minimum- en maximumtarief dat van toepassing is in aanvulling op het onder punt a), eerste streepje, bedoelde tarief;

c) voor de standplaatstaxidiensten zonder reservering: het vaste samengestelde tarief dat van toepassing is ter aanvulling op het onder punt a), eerste streepje, bedoelde tarief;

2° voor ceremoniële taxidiensten: het toepasselijke minimumtarief.

§ 2. Ter uitvoering van paragraaf 1 kan de Regering:

1° de tarieven bepalen, afhankelijk van met name de categorie of de subcategorie van de taxidienst, het tijdstip, de dag van de week of de nachtperiode waarvan ze de begin- en einduren bepaalt;

2° forfaitaire tarieven invoeren voor bepaalde door haar vastgestelde rittypes;
 3° beslissen om in de gevallen die zij bepaalt, tegemoet te komen in de prijs van de rit.

§ 3. De geldende tarieven moeten vóór de reservering van de rit of, indien er geen reservering plaatsvindt, vóór de aanvang van de rit ter kennis van de gebruikers worden gebracht:

1° voor de standplaatstaxi's: door middel van affiches binnen de voertuigen op een plaats waar de tarieven gemakkelijk door de gebruiker kunnen worden afgelezen;

2° voor de straattaxi's, alsook voor de standplaatstaxi's wanneer die laatste hun diensten aanbieden op basis van reservering: door middel van een digitaal systeem dat gemakkelijk toegankelijk is voor de klanten en de gebruikers, zoals de website van de exploitant of een applicatie voor mobiele telefoons.

§ 4. De exploitant, de reserveringstussenpersoon of de chauffeur is, naargelang van de omstandigheden, verplicht om de klant vóór de reservering van de rit of, bij gebreke van een reservering, vóór de aanvang van de rit een indicatie te geven van het definitieve bedrag van de rit. De Regering bepaalt de toepassingsvoorwaarden van die verplichting.

Reclame in en op de voertuigen

Art. 32. De Regering kan toestaan dat reclame wordt gemaakt op en/of in voertuigen die overeenkomstig artikel 17 zijn geregistreerd. Zij kan in dit verband ook een handvest voor ethische praktijken inzake reclame vaststellen.

TITEL 3. - Belastingen en heffingen

Belasting op de exploitatievergunningen en de erkenningen van platformen

Art. 33. § 1. Zijn een jaarlijkse belasting verschuldigd als volgt:

1° de houder van een exploitatievergunning voor een taxidienst: 600 euro per identificatievignet dat hem in zijn vergunning is toegekend;

2° de houder van een erkenning van reserveringstussenpersoon: 20 euro per voertuig dat door de reserveringstussenpersoon is geregistreerd.

Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt jaarlijks herzien op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen, volgens de formule: « (bedrag van de belasting x nieuw indexcijfer) / aanvangsindexcijfer », waarbij:

1° het nieuwe indexcijfer het cijfer is van de maand die voorafgaat aan de verjaardatum van de inwerkingtreding van dit artikel;

2° de basisindex de index is van de maand die voorafgaat aan de inwerkingtreding van dit artikel.

§ 2. De belasting is verschuldigd voor het volledige jaar door degene die op 1 januari van het aanslagjaar houder van de vergunning of de erkenning is of, indien er op die datum geen houder is, door degene aan wie de vergunning in de loop van het aanslagjaar is afgegeven.

Heffing op de administratieve prestaties

Art. 34. De Regering stelt het bedrag vast van de heffingen die de kandidaat-exploitanten, de exploitanten, de kandidaat-chauffeurs en de chauffeurs verschuldigd zijn wanneer zij administratieve prestaties in verband met deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten aanvragen.

TITEL 4. - Inbreuken en straffen

Opsporing en vaststelling van inbreuken

Art. 35. § 1. Onverminderd de bevoegdheden die zijn toegekend aan de andere officieren of agenten van de gerechtelijke politie en aan de leden van het operationele kader van de lokale en de federale politie, wijst de Regering de gewestelijke ambtenaren en beambten aan die bevoegd zijn om toe te zien op de uitvoering van deze ordonnantie en haar uitvoeringsmaatregelen.

De Regering bepaalt de insignes en andere middelen ter identificatie van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren en beambten.

§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren en beambten hebben de hoedanigheid van agent of officier van gerechtelijke politie en moeten de eed afleggen, in overeenstemming met de geldende wetten en reglementen.

§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren en beambten mogen bij de uitoefening van hun opdracht:

1° bevelen geven aan de chauffeurs;

2° elk onderzoek, elke controle en enquête instellen, en alle inlichtingen inwinnen, en met name:

a) iedereen ondervragen;

b) een document of om het even welk stuk opzoeken, raadplegen of opvragen zonder dat ze zich hoeven te verplaatsen;

c) van de opgevraagde documenten een kopie nemen of ze meenemen tegen afgifte van een ontvangstbewijs;

3° een beroep doen op de bijstand van de politiediensten om hen te beschermen tegen feiten van agressie en geweld die tegen hen zouden worden gepleegd of om hen in staat te stellen de moeilijkheden te overwinnen die hen zouden verhinderen hun opdracht te vervullen;

4° de exploitatievergunning of het bekwaamheidsattest in beslag nemen totdat de inbreuk is beëindigd;

5° toegang krijgen tot de voertuigen die gebruikt worden voor taxidiensten en tot hun garages;

6° vaststellingen doen en een proces-verbaal opstellen en de nodige maatregelen nemen zodra een voertuig zonder vergunning een voor taxi's gereserveerde parkeerplaats inneemt;

7° in overeenstemming met de relevante bepalingen van het Wetboek van Strafvordering het voertuig dat is gebruikt bij het plegen van een inbreuk op deze ordonnantie in beslag nemen, tot stilstand brengen of doen verplaatsen, en dit op kosten en voor risico van de overtreder.

§ 4. In geval van een inbreuk kunnen de politiediensten en de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren en beambten een proces-verbaal opstellen dat tot bewijs van het tegendeel bewijskracht heeft.

Dit proces-verbaal wordt, op straffe van nietigheid, binnen tien werkdagen na de vaststelling van de inbreuk aan de overtreder toegezonden via een communicatiemiddel dat de precieze datering van de ontvangst van de zending mogelijk maakt.

Inbreuken en straffen

Art. 36. § 1. De volgende gedragingen vormen een inbreuk die wordt bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en/of een geldboete van 500 euro tot 10.000 euro:

1° een taxidienst exploiteren zonder vergunning;

2° een taxirit uitvoeren onder dekking van de vergunning bedoeld in artikel 6, § 1, van het Vlaams decreet van 2019, of van de vergunning bedoeld in artikel 25 van het Vlaams decreet van 2001 of van de vergunning bedoeld in artikel 3 van het Waals decreet van 2007, maar zonder zich te houden aan alle vereisten die verbonden zijn aan de afgifte en de exploitatie van deze vergunning;

3° een voertuig dat niet is geregistreerd voor het verrichten van een dergelijke taxidienst, het voorkomen geven van een taxistandplaatsvoertuig;

4° een voor taxi's voorbehouden parkeerplaats bezetten zonder exploitatievergunning voor een standplaatstaxidienst;

5° zich niet houden aan de door de Regering vastgestelde tarieven voor taxidiensten;

6° geen rekening houden met een door een bevoegde beambte gegeven bevel om te stoppen.

§ 2. Onder voorbehoud van het geval bedoeld in paragraaf 3, vormt elke andere schending van de bepalingen van deze ordonnantie of van haar uitvoeringsbepalingen een inbreuk die wordt bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en/of een geldboete van 26 euro tot 10.000 euro.

§ 3. De schending van de bepalingen van deze ordonnantie in verband met de reserveringstussenpersonen vormt een inbreuk die wordt bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en/of een geldboete van 1.250 euro tot 25.000 euro.

§ 4. De bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de in de paragrafen 1 tot 3 bedoelde inbreuken.

Onverminderd artikel 56 van het Strafwetboek mag de straf in geval van recidive binnen twee jaar na de veroordeling echter niet minder bedragen dan tweemaal de eerder voor dezelfde inbreuk opgelegde straf.

§ 5. In geval van samenloop van meerdere inbreuken zoals bedoeld in paragrafen 1 en 2 worden de bedragen van de boetes bij elkaar opgeteld, zonder dat zij de som van 20.000 euro mogen overschrijden.

§ 6. De politierechtbank is bevoegd voor de in de paragrafen 1 tot met 3 bedoelde inbreuken.

Inbeslagneming van een voertuig

Art. 37. § 1. De rechter gelast de inbeslagneming van het voertuig of de voertuigen waarmee een van de in artikel 36, § 1, 1° tot 3° bedoelde inbreuken is gepleegd, indien het voertuig of de voertuigen aan de veroordeelde toebehoren.

§ 2. De rechter kan de inbeslagneming van het voertuig of de voertuigen waarmee een van de andere in artikel 36, § 1 bedoelde inbreuken is gepleegd, gelasten indien het voertuig of de voertuigen aan de veroordeelde toebehoren.

Administratieve boetes

Art. 38. § 1. Administratieve boetes kunnen worden opgelegd door de daartoe door de Regering gemachtigde ambtenaar:

1° voor elke administratieve inbreuk begaan door de personen die onder deze ordonnantie of haar uitvoeringsbesluiten vallen;

2° aan iedere andere persoon dan een chauffeur van een straattaxi of een ceremoniële taxi die een taxivoertuig bestuurt, van wie het voertuig zonder vergunning een voor standplaatstaxi's voorbehouden plaats inneemt.

§ 2. De Regering stelt het bedrag vast van de administratieve boetes die door de gemachtigde ambtenaar kunnen worden opgelegd in verband met de vastgestelde administratieve inbreuken, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

1° het bedrag van de geldboetes bedoeld in paragraaf 1, 1°, mag niet hoger zijn dan 500 euro en moet worden vastgesteld in verhouding tot de ernst van de gepleegde administratieve inbreuk;

2° het bedrag van de geldboetes bedoeld in paragraaf 1, 2°, mag niet lager zijn dan 150 euro en niet hoger zijn dan 250 euro.

§ 3. Een exemplaar van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk wordt bezorgd aan de gemachtigde ambtenaar en een afschrift aan de overtreder.

De overtreder kan zijn opmerkingen over het proces-verbaal binnen een termijn van twintig werkdagen naar de gemachtigde ambtenaar sturen en kan vragen om door hem te worden gehoord, volgens door de Regering vast te stellen regels.

§ 4. De beslissing van de gemachtigde ambtenaar bepaalt het bedrag van de administratieve boete en is met redenen omkleed.

Ze wordt ter kennis gebracht van de overtreder, tegelijkertijd met een uitnodiging om de boete te betalen, door middel van een communicatiemiddel dat de precieze datering van de ontvangst van de zending mogelijk maakt.

§ 5. De Regering bepaalt de termijn en de wijze van betaling van de administratieve boetes.

§ 6. Indien de overtreder de boete niet binnen de gestelde termijn betaalt, kan de Regering de exploitatievergunning of het bekwaamheidsattest of de erkenning schorsen.

§ 7. De Regering beslist over de verzoeken tot kwijtschelding of vermindering van de in dit artikel bedoelde boetes.

TITEL 5. - Instanties en hun bevoegdheden

Het gewestelijk Adviescomité voor de taxidiensten

Art. 39. § 1. Er wordt een gewestelijk Adviescomité voor de taxidiensten opgericht dat de Regering op haar verzoek of op eigen initiatief moet adviseren over alle aangelegenheden die verband houden met de taxidiensten.

§ 2. De Regering regelt de samenstelling, de werkwijze en de bevoegdheden van dit Comité.

De Overdrachtscommissie

Art. 40. § 1. Er wordt een Overdrachtscommissie ingesteld (hierna « de Commissie ») die advies moet uitbrengen over de verzoeken tot overdracht van vergunningen zoals bedoeld in artikel 10, §§ 4 en 5.

§ 2. De Regering stelt de nadere regels vast voor de werking, de samenstelling en, indien nodig, de aanvullende opdrachten van de Commissie.

§ 3. De Commissie wordt:

1° samengesteld uit vertegenwoordigers, benoemd door de Regering of haar gemachtigde, van de volgende vier categorieën, die elk een kwart van de leden vertegenwoordigen:

a) een of meer vertegenwoordigers van de exploitanten van taxidiensten die worden voorgesteld door de vertegenwoordigers van de taxisector onder de leden van het gewestelijk Adviescomité zoals bedoeld in artikel 39, die er de exploitanten van standplaatstaxidiensten vertegenwoordigen;

b) een of meer vertegenwoordigers van de gebruikers van het openbaar vervoer;

c) een of meer vertegenwoordigers van de Administratie;

d) een of meer deskundigen die door de Regering of haar gemachtigde worden benoemd na een oproep tot kandidaatstelling van bedrijfsrevisoren en/of accountants en na het advies van het gewestelijk Adviescomité over de ingediende kandidaatstellingen;

2° voorgezeten door een van de vertegenwoordigers van de Administratie.

§ 4. De Commissie beslist bij meerderheid van stemmen, waarbij de stem van de voorzitter doorslaggevend is bij staking van stemmen.

§ 5. De Commissie gaat na of aan de voorwaarden voor het toestaan van de overdracht is voldaan en beslist, indien de overdracht onder bezwarende titel plaatsvindt, of het in de aanvraag aangegeven bedrag redelijk is in verhouding tot de economische waarde van de vergunning of van het deel van de vergunning waarvan de overdracht wordt overwogen.

De Tuchtraad

Art. 41. § 1. Er wordt een gewestelijke Tuchtraad (hierna « de Raad ») opgericht om aan de bevoegde minister maatregelen voor te stellen tot schorsing of intrekking van de beroepsbekwaamheidsattesten van taxichauffeurs.

§ 2. De Regering regelt de samenstelling en de werking van de Raad, met inbegrip van de voor de Raad geldende procedure, die onder meer moet voorzien in:

1° de mogelijkheid voor de chauffeur ten aanzien van wie wordt overwogen een maatregel te treffen, om door de Raad te worden gehoord en zijn hoorzitting voor te bereiden;

2° de verplichting voor de Raad om zijn adviezen met redenen te omkleden, meer bepaald in het licht van het verweer dat wordt aangevoerd door de chauffeur ten aanzien van wie wordt overwogen een maatregel te treffen.

§ 3. De Raad wordt voorgezeten door een door de Regering of haar gemachtigde benoemde magistraat of eremagistraat en bestaat uit, op paritaire wijze:

1° een of meer vertegenwoordigers van de Administratie;

2° een of meer vertegenwoordigers van de exploitanten van taxidiensten die zijn gekozen onder de leden van het gewestelijk Adviescomité zoals bedoeld in artikel 39, die er de exploitanten van taxidiensten vertegenwoordigen;

3° een of meer vertegenwoordigers van de taxichauffeurs, aangewezen door de representatieve vakbondsorganisaties van deze chauffeurs.

§ 4. De mandaatstermijn van de leden van de Raad bedraagt één jaar en kan worden verlengd. De leden worden benoemd door de Regering of haar gemachtigde.

TITEL 6. – Gegevensbeheer

Elektronische communicatie

Art. 42. § 1. Alle mededelingen en uitwisselingen van documenten in het kader van deze ordonnantie gebeuren via elektronische weg.

§ 2. De Regering of haar gemachtigde kan een computersysteem opzetten en online plaatsen dat bestaat uit een verzameling van de in artikel 43, § 1, bedoelde gegevens. Zij bepaalt de inhoud, de updateprocedures en de technische kenmerken ervan.

Zodra het computersysteem werkt, kan de Regering opleggen dat alle mededelingen en uitwisselingen van documenten in het kader van deze ordonnantie gebeuren via dat computersysteem.

Ingeval het computersysteem tijdelijk voor meer dan één werkdag onbeschikbaar is, worden de bij deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten opgelegde termijnen van rechtswege verlengd met het aantal werkdagen dat de periode van onbeschikbaarheid heeft geduurd. De perioden waarin het computersysteem niet beschikbaar was, worden vermeld op de website van het computersysteem.

Verzameling en verwerking van persoonsgegevens

Art. 43. § 1. De volgende gegevens kunnen worden verzameld en verwerkt in het kader van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten:

1° gegevens met betrekking tot de exploitatievergunningen voor een taxidienst, de wachtlijst voor de afgifte van nieuwe exploitatievergunningen voor een taxidienst, bekwaamheidsattesten voor chauffeurs, erkenningen van een reserveringstussenpersoon en geregistreerde voertuigen;

2° aanvragen voor een exploitatievergunning voor een taxidienst, voor de overdracht van een dergelijke vergunning, voor een bekwaamheidsattest voor chauffeurs, voor erkenningen van reserveringstussenpersonen en voor de registratie van voertuigen die zijn geweigerd, alsmede de redenen voor de weigering, met inbegrip van de strafrechtelijke veroordelingen en de medische ongeschiktheid zoals bedoeld in artikel 44 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;

3° exploitatievergunningen voor een taxidienst, bekwaamheidsattesten voor chauffeurs en erkenningen van reserveringstussenpersonen die zijn geschorst, alsmede de duur en de redenen voor de schorsing, met inbegrip van de strafrechtelijke veroordelingen en de medische ongeschiktheid zoals bedoeld in artikel 44 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;

4° exploitatievergunningen voor een taxidienst, bekwaamheidsattesten voor chauffeurs, erkenningen van reserveringstussenpersonen en inschrijvingen van voertuigen die zijn ingetrokken, alsmede de redenen voor de intrekking, met inbegrip van de strafrechtelijke veroordelingen en de medische ongeschiktheid zoals bedoeld in artikel 44 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;

5° informatie over beroepen tegen schorsings- en intrekkingsbeslissingen, alsmede over de door de beroepsinstantie genomen beslissingen;

6° klachten en adviezen van de in artikel 41 bedoelde Tuchtraad;

7° de volgende gegevens over de exploitant:

a) de namen en voornamen et/of bedrijfsnaam;

b) het rijksregister- en/of ondernemingsnummer;

c) het adres van de exploitatiezetel van het bedrijf en, in voorkomend geval, van de vestigingseenheid of -eenheden;

d) een telefoonnummer en een e-mailadres van de contactpersoon;

e) de gegevens over de voorwaarden inzake zedelijkheid, solvabiliteit en beroepsbekwaamheid zoals bedoeld in artikel 6;

f) het sociaal statuut;

g) de identiteit en het sociaal statuut van de chauffeur(s) van de voertuigen van de exploitant;

8. de volgende gegevens over de chauffeur:

a) de namen en voornamen, het rijksregisternummer en het adres van de woonplaats;

b) een telefoonnummer en een e-mailadres van de contactpersoon;

c) de gegevens over de voorwaarden inzake zedelijkheid zoals bedoeld in artikel 14;

d) het nummer van het rijbewijs;

e) de geldigheidsdatum van het rijbewijs en van het certificaat van medische geschiktheid;

f) het sociaal statuut;

g) de arbeidsregeling;

9° de volgende gegevens over de reserveringstussenpersonen:

a) de namen en voornamen et/of bedrijfsnaam;

b) het rijksregister- en/of ondernemingsnummer;

c) het adres van de exploitatiezetel van het bedrijf en, in voorkomend geval, van de vestigingseenheid of -eenheden;

d) een telefoonnummer en een e-mailadres van de contactpersoon;

e) de gegevens over de voorwaarden inzake zedelijkheid, solvabiliteit en beroepsbekwaamheid zoals bedoeld in artikel 22;

10° de volgende gegevens over de ritten die door de taxidiensten zijn uitgevoerd:

a) de gegevens over de identificatie van de exploitant zoals bedoeld in 7°, a) tot c);

b) de gegevens over de identificatie van de chauffeur zoals bedoeld in 8°, a);

c) de kentekenplaat van het voertuig;

d) de datum;

e) de locatiegegevens van het vertrek- en aankomstpunt;

f) de uren van vertrek en aankomst;

g) het unieke ritnummer;

h) de uiteindelijke prijs van de rit;

i) de afstand van de rit;

11° ter aanvulling bij punt 10°, de volgende gegevens over de ritten die na reservering zijn uitgevoerd door de taxidiensten:

a) de datum en het tijdstip waarop de reservering werd gemaakt;

b) de datum, het tijdstip, de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de rit zoals die zijn vastgesteld op het ogenblik dat de reservering werd verricht;

c) de overeengekomen prijs voor de rit op het ogenblik dat de reservering werd verricht;

d) in voorkomend geval, de gegevens over de overeenkomst voor de ceremonie zoals bedoeld in artikel 27;

12° de gegevens over de dagelijkse dienst van het voertuig:

a) de datums en tijdstippen van het begin en het einde van de dienst;

b) de tijdstippen van het begin en het einde van de pauzeperiodes die gedurende de dienst worden genomen;

c) het aantal uitgevoerde ritten;

d) de totale afgelegde afstand en daarvan de afstand die werd afgelegd met gebruikers in het voertuig;

13° de volgende gegevens over het voertuig dat wordt geëxploiteerd in het kader van een taxidienst:

a) de kentekenplaat;

b) de gegevens over de technische controle;

c) de gegevens over de eigendomstitel van het voertuig;

d) de gegevens over de verzekering.

§ 2. De strafrechtelijke veroordelingen bedoeld in paragraaf 1, 1° tot 4° en 7° tot 9°, hebben alleen betrekking op de inbreuken op de voorwaarden betreffende de zedelijkheid van de exploitant, de chauffeur of de reserveringstussenpersoon zoals bedoeld in artikel 6 of 14 of artikel 22 en op de inbreuken bedoeld in artikel 36.

De databank vermeldt alleen, in voorkomend geval, het bestaan van een dergelijke veroordeling, zonder aan te geven welke inbreuk is bestraft.

§ 3. Wat betreft de redenen voor medische ongeschiktheid, bedoeld in paragraaf 1, 2°, 3° en 4°, vermeldt de databank enkel de codes zoals bedoeld in bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 zoals die zijn vermeld op het rijbewijs.

§ 4. De databank wordt aangevuld:

1° wat betreft de in paragraaf 1, 1° tot 6°, bedoelde gegevens, door de Administratie;

2° wat betreft de in paragraaf 1, 7° tot 13°, bedoelde gegevens, door de exploitanten van een taxidienst, de chauffeurs of de reserveringstussenpersonen.

§ 5. De gegevens worden overgemaakt naar de door de Administratie aangewezen server:

a) met betrekking tot de in artikel 43, § 1, 8°, bedoelde gegevens: vóór de inwerkingtreding van de overeenkomst of de wijziging ervan, de aanwerving, de wijziging van de arbeidsregeling, de ontslagneming of het ontslag van een chauffeur;

b) met betrekking tot de gegevens bedoeld in § 1, 10° : aan het einde van elke rit;

c) met betrekking tot de gegevens bedoeld in § 1, 11° : Na elke reservering of na het sluiten van de overeenkomst voor de ceremonie;

d) met betrekking tot de gegevens bedoeld in § 1, 12° : Na elk einde van de dienst;

e) met betrekking tot de gegevens bedoeld in § 1, 13° : voor de ingebruikname van het voertuig.

§ 6. Het is de Administratie toegestaan om toegang te krijgen tot de authentieke bronnen met gegevens over de chauffeurs, exploitanten en reserveringstussenpersonen.

Deze gegevens zijn:

1° wat de chauffeur betreft:

a) de gegevens over de identificatie van de exploitant zoals bedoeld in § 1, 7°, a) tot c);

b) de gegevens over de identificatie van de chauffeur zoals bedoeld in § 1, 8°, a);

c) de gegevens over de naleving van de voorwaarden van zedelijkheid in overeenstemming met paragraaf 2 van datzelfde artikel;

d) de gegevens over de geldigheid van het rijbewijs;

e) de gegevens over de medische geschiktheid zoals bedoeld in artikel 44 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;

f) de gegevens over het sociaal statuut van de werknemers en de arbeidsregeling;

2° wat de exploitant betreft:

a) de gegevens over de identificatie van de exploitant zoals bedoeld in § 1, 7°, a) tot c);

b) de gegevens over de naleving van de voorwaarden van zedelijkheid in overeenstemming met paragraaf 2 van datzelfde artikel;

c) de gegevens over de naleving van de voorwaarden van solvabiliteit;

d) de gegevens over het sociaal statuut van de chauffeurs;

e) de gegevens over het voertuig of de voertuigen;

3° wat de reserveringstussenpersoon betreft:

a) de gegevens betreffende de identificatie zoals bedoeld in § 1, 9°, a) tot c);

b) de gegevens over de naleving van de voorwaarden van zedelijkheid in overeenstemming met paragraaf 2 van datzelfde artikel;

c) de gegevens over de naleving van de voorwaarden van solvabiliteit.

§ 7. De databank is onderworpen aan een strikt gebruikers- en toegangsbeheer, waarbij de toegang wordt beperkt tot de gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de toepassing van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, afhankelijk van de rol die elke begunstigde van toegang vervult.

§ 8. De Administratie heeft op de volgende manieren toegang tot de databank:

1° wat betreft de in § 1, 1° tot 6° en 13°, bedoelde gegevens: permanent;

2° wat betreft de in § 1, 7° tot 12°, bedoelde gegevens: enkel in het kader van een administratief en/of strafrechtelijk onderzoek naar de naleving van de bepalingen van de ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, in geval van een klacht, teneinde de terbeschikkingstelling van het voertuig te verifiëren;

§ 9. De in paragraaf 1 bedoelde gegevens worden gedurende zes jaar na de stopzetting van de exploitatie waarop ze betrekking hebben, in de databank bewaard.

In afwijking van het eerste lid:

1° worden de gegevens van de aanvraag voor een exploitatievergunning, in geval van inschrijving op de in artikel 7 bedoelde wachtlijst en onder voorbehoud van de toepassing van 2°, niet langer dan de datum waarop de aanvrager zonder de gevraagde vergunning te hebben verkregen van de wachtlijst wordt geschrapt, behouden;

2° worden de in § 1, 2° bedoelde gegevens bewaard totdat de rechtsmiddelen die tegen de desbetreffende beslissing openstaan of de termijnen om die middelen in te stellen verstreken zijn;

3° worden de in § 1, 10° en 11° bedoelde gegevens gedurende twee jaar in de databank bewaard.

Doelstellingen van de verzameling van persoonsgegevens

Art. 44. De in artikel 43 opgesomde gegevens worden verzameld en verwerkt met het oog op:

1° een efficiënt administratief beheer mogelijk maken van de bij deze ordonnantie ingevoerde procedures voor het verlenen en verlengen van vergunningen en erkenningen, het verlenen van vakbekwaamheidsattesten en het registreren van voertuigen;

2° toezicht houden op de naleving van de bepalingen met betrekking tot:

a) de voorwaarden voor toekenning en exploitatie, verlenging, opschorting, intrekking van de exploitatievergunning;

b) de voorwaarden voor toekenning en exploitatie, verlenging, opschorting, intrekking de erkenning van reserveringstussenpersoon;

c) de voorwaarden voor toekenning, opschorting en intrekking van het bekwaamheidsattest, en de aan de chauffeurs opgelegde eisen;

d) de aan de voertuigen opgelegde eisen;

e) de terbeschikkingstelling van het voertuig;

f) de tarieven die van toepassing zijn op de taxidiensten;

3° delen van de gegevens met betrekking tot de voertuigen die worden geëxploiteerd in het kader van een taxidienst, de exploitanten en de bekwaamheidsattesten tussen de bevoegde Brusselse en federale openbare diensten, de bevoegde openbare diensten van de andere Gewesten, de politie en de in artikel 41 bedoelde Tuchtraad.

Gebruik van de databank met persoonsgegevens

Art. 45. § 1. De Administratie is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europese Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.

§ 2. De Regering bepaalt welke gegevens in de databank toegankelijk zijn voor de exploitanten, de chauffeurs, de politie, de federale overheidsdiensten en de overheidsdiensten die belast zijn met het administratief beheer en de controle van de diensten voor betaald personenvervoer, alsmede de voorwaarden en technische voorwaarden van die toegang.

De in het eerste lid bedoelde toegang is strikt beperkt tot de persoonsgegevens van de persoon die om toegang verzoekt of, indien de verzoeker een overheidsinstantie is, tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn bevoegdheden.

Bekendmaking van bepaalde persoonsgegevens

Art. 46. § 1. De Administratie publiceert op het internet de lijst van exploitanten van een taxidienst, samen met de volgende gegevens met betrekking tot de vergunningen die aan deze exploitanten zijn afgegeven:

1° de naam of de benaming van de exploitant;

2° het adres van de exploitatiezetel;

3° het inschrijvingsnummer van de voertuigen;

4° indien de exploitant beschikt over voertuigen die zijn aangepast aan specifieke behoeften van de klanten zelf of van wat zij vervoeren, de soorten behoeften waaraan deze voertuigen zijn aangepast;

5° de geldigheidsduur van de vergunning.

§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde gegevens worden gepubliceerd om het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbepalingen te versterken.

TITEL 7. – Overgangsperiode

Momenteel toegestane taxidiensten

Art. 47. § 1. De exploitatievergunningen voor een taxidienst die oorspronkelijk zijn afgegeven ter uitvoering van de ordonnantie van 1995 of de wet van 1974 blijven geldig tot de in elk van deze vergunningen vermelde datum. Vanaf de inwerkingtreding van deze ordonnantie worden de voertuigen die er zijn ingeschreven, automatisch als standplaatstaxi's beschouwd.

§ 2. In geval van verlenging na de inwerkingtreding van deze ordonnantie worden de in paragraaf 1 bedoelde vergunningen verder beschouwd als zijnde oorspronkelijk afgegeven ter uitvoering van de ordonnantie van 1995 of de wet van 1974.

§ 3. De exploitanten die een in paragraaf 1 bedoelde vergunning hebben verworven op basis van een procedure voor overdracht tegen betaling waarvoor een gunstig advies is uitgebracht door de Commissie bedoeld in artikel 10bis, eerste lid, 4° van de ordonnantie van 1995 kunnen, binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze ordonnantie, aan de Regering vragen dat zij hun vergunning van hen zou overkopen.

De exploitanten die van de in het vorige lid bepaalde regeling gebruik hebben gemaakt, mogen geen nieuwe vergunning meer aanvragen om een taxidienst te exploiteren.

De prijs die de Regering voor deze terugkoop betaalt, is forfaitair vastgesteld op 35.000 euro.

Momenteel toegestane diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur
Art. 48. § 1. De houders van een exploitatievergunning voor een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur, afgegeven ter uitvoering van de ordonnantie van 1995, die een straattaxidienst willen verlenen, brengen dat ter kennis van de Administratie binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze ordonnantie.
 De Regering bepaalt op welke wijze de in lid 1 bedoelde informatie moet worden meegedeeld. Die informatie moet minstens het aantal voertuigen vermelden dat de exploitant mocht exploiteren in het kader van een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur en daarvan het aantal dat hij wil blijven exploiteren in het kader van een taxidienst.

Tijdens de termijn bedoeld in het eerste lid is het de in het eerste lid bedoelde houders van een exploitatievergunning toegestaan straattaxidiensten te verlenen met naleving van de voorwaarden vermeld in hoofdstuk 2 van titel 2.

§ 2. Na afloop van de in paragraaf 1 bedoelde termijn:

1° blijft de exploitant die geen contact heeft opgenomen met de Administratie, onderworpen aan de regeling van de ordonnantie van 1995 tot aan het verstrijken van zijn exploitatievergunning voor een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur, met dien verstande dat die vergunning niet meer kan worden verlengd;

2° kent de Administratie binnen een termijn van zes maanden aan de exploitanten die met haar contact hebben opgenomen, een nieuwe exploitatievergunning toe, alsook de identificatievignetten die bestemd zijn voor de straattaxivoertuigen, in overeenstemming met paragraaf 3. De exploitant aan wie na afloop van deze procedure geen vignet is toegekend, blijft onderworpen aan de regeling van de ordonnantie van 1995 tot aan het verstrijken van zijn exploitatievergunning voor een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur, met dien verstande dat die vergunning niet meer kan worden verlengd.

De Regering bepaalt op welke wijze de Administratie aan exploitanten die contact met haar opnemen mag vragen de gegevens die met toepassing van paragraaf 1, tweede lid, zijn meegedeeld, aan te vullen of te vermelden. Indien de exploitant binnen een maand na het versturen van de vraag niet antwoordt, mag de Administratie deze een herinnering sturen. Indien de exploitant binnen een maand na het versturen van de herinnering niet antwoordt, gaat men er automatisch van uit dat deze valt onder de hypothese bedoeld in het eerste lid, 1°.

Tot de toekenning van de nieuwe exploitatievergunning en de identificatie-vignetten of tot zij de kennisgeving ontvangen hebben dat aan hen geen vignet kan worden toegekend overeenkomstig het eerste lid, 2°, is het de betrokken exploitanten toegestaan straat-taxidiensten te verlenen met naleving van de voorwaarden vermeld in hoofdstuk 2 van titel 2.

§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde exploitanten genieten voorrang bij de toekenning van identificatievignetten voor straattaxi's. Deze voorrang wordt als volgt geregeld:

1° de administratie verleent prioriteit aan de exploitanten die in orde zijn met de betaling van hun belastingen en sociale bijdragen;

2° indien het aantal exploitanten dat de in 1° bedoelde voorrang geniet, groter is dan het aantal toe te kennen identificatievignetten voor straattaxi's, zal de Administratie:

a) deze exploitanten rangschikken in dalende volgorde van anciënniteit, op basis van de datum waarop hun voor het eerst een vergunning is verleend om een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur te exploiteren;

b) in overeenstemming met deze rangschikking aan elke exploitant het aantal door hem aangevraagde vignetten toekennen, tot uitputtig van de toe te kennen vignetten.

Momenteel gepresteerde ceremoniële taxidiensten

Art. 49. Personen die op de dag van de inwerkingtreding van deze ordonnantie een activiteit uitoefenen die beantwoordt aan de definitie van een ceremoniële taxidienst, beschikken over een termijn van zes maanden vanaf die inwerkingtreding om hun aanvraag voor een exploitatievergunning in te dienen. Zij kunnen hun activiteit voortzetten, met inachtneming van de in de ordonnantie vastgestelde exploitatievoorwaarden, gedurende deze periode van zes maanden en, indien zij hun vergunningsaanvraag binnen deze periode hebben ingediend, totdat zij de beslissing over hun aanvraag hebben ontvangen.

Bekwaamheidsattesten van de chauffeurs

Art. 50. De bekwaamheidsattesten van de chauffeurs die zijn uitgereikt ter uitvoering van de ordonnantie van 1995 en van haar uitvoeringsbesluiten, blijven geldig. Tenzij anders bepaald, zijn de bepalingen van deze ordonnantie en van haar uitvoeringsbesluiten van toepassing vanaf hun inwerkingtreding.

Inbreuken en straffen

Art. 51. Hoofdstuk V van de ordonnantie van 1995 en de uitvoeringsmaatregelen blijven van toepassing op de lopende procedures.

TITEL 8. - Slot- en opheffingsbepalingen

Opheffingen

Art. 52. § 1. Onverminderd het in paragraaf 2 bedoelde geval wordt de ordonnantie van 27 april 1995 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur opgeheven.

§ 2. De sanctieprocedures zoals bedoeld in artikel 35 van dezelfde ordonnantie en vastgesteld ter uitvoering van die ordonnantie, worden verder onderzocht in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk V van deze ordonnantie.

Periodieke evaluatie

Art. 53. De bij deze ordonnantie ingevoerde regeling wordt in 2025 voor het eerst geëvalueerd en vervolgens om de twee jaar. De Regering stelt de doelstellingen en procedures vast voor deze evaluatie, die ten minste betrekking moet hebben op de socio-economische geschiktheid van de voertuigquota die ter uitvoering van artikel 4 zijn vastgesteld.

Inwerkingtreding

Art. 54. Deze ordonnantie treedt in werking op de door de Regering bepaalde datum of, uiterlijk, op 22 oktober 2022.

Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 9 juni 2022.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Territoriale Ontwikkeling en Stadsvernieuwing, Toerisme, de promotie van het Imago van Brussel en Biculturele zaken van gewestelijk belang,

R. VERVOORT

De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid,

E. VAN DEN BRANDT

De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie,

  1. MARON
  2. De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt, de Promotie van Meertaligheid en van het Imago van Brussel,
    S. GATZ
    De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werk en Beroepsopleiding, Digitalisering en de Plaatselijke Besturen,
    B. CLERFAYT
    _______
    Nota
    Documenten van het Parlement:
    Gewone zitting 2021-2022
    A-541/1 Ontwerp van ordonnantie
    A-541/2 Verslag
    A-541/3 Amendementen na verslag
    Integraal verslag:
    Bespreking en aanneming: vergadering van vrijdag 3 juni 2022


     
Top